Protestantse Kerk in Nederland
Protestantse gemeente Wommels-Hidaard
 
 
kerkblad kerkblad
Op de dag dat ik dit artikel schrijf zitten we nog in de veertigdagentijd. De tijd van voorbereiden op het grootste feest van het christendom: Pasen. We begonnen op 14 februari met Aswoensdag, wat gelijk viel met Valentijn. En die twee dingen komen nergens zo goed samen als in het bekende Bijbelwoord: 'Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.' (Joh. 3:16)
 
In deze weken is de wereld om ons heen steeds meer in Paassfeer. In de kerk met het veertigdagentijdproject van de kindernevendienst. Daarbuiten vooral met Paasversieringen. Veel geel, groen en wit. Paashazen, voorjaarsbloemen en natuurlijk eieren en kuikentjes. Die kuikentjes komen uit de eieren; ze zullen wel zijn uitgebroed.
Voor niet-christenen is Pasen een lentefeest. De tijd van het jaar voor nieuw leven, want alles wordt weer groen en bloemen en bloesems bloeien. Lammetjes huppelen door de weide en vogels leggen hun eieren. Op woensdag 14 maart is het eerste kievitsei gevonden in Zuid-Holland.
Voor christenen is Pasen ook een lentefeest. Ook de tijd van het jaar voor nieuw leven. Maar dan wel ander nieuw leven. Namelijk eeuwig leven dat doorbreekt in ons alledaagse bestaan. Jezus Christus heeft op die allereerste Paasmorgen de dood overwonnen. Met Kerst kwam Hij in het leven van mensen. Nu met Pasen komt het leven door Hem tot de mensen.
 
Terug naar de paaseieren en het broeden.
Waar de paaseieren precies vandaan komen is onduidelijk. Lang is er gedacht dat het een gekerstende versie is van een oud-Germaans gebruik, maar dat is hoogstwaarschijnlijk onwaar. In de kerkgeschiedenis komen we de paaseieren wel tegen. Bij de invoering van het vasten verbood de kerk om eieren te eten tussen Aswoensdag en Pasen. Deze eieren werden dan pas met Pasen opgegeten, waarbij de oudste eieren gebruikt werden om te versieren.
 
 
Met dat woord 'broeden' moest ik aan de Paasweek denken. Zoals een kip verwachtingsvol drie weken op haar ei broedt tot het nieuwe leven, het kuikentje, eruit komt; zo broeden wij als het ware verwachtingsvol drie dagen op het lijdens- en opstandingsevangelie tot het leven definitief de dood overwint met Pasen. Dat broeden vergt een inspanning. Je kunt er niet bij weglopen, je niet laten afleiden door andere zaken. Broeden doe je met heel je hart en met heel je ziel en met heel je verstand en met heel je kracht, vol liefde. Zo zou door ons ook de Goede week geleefd worden: heel intens.
Wanneer we om ons heen de bekende Paastaferelen zien met eieren en kuikentjes, dan mogen wij denken aan het broeden dat van ons verwacht wordt: met hart en ziel nadenken over wat Jezus' lijden, sterven en opstanding voor ons betekent.
Geloven is maar heel af en toe een flits van goddelijk inzicht, een aha-erlebnis. Heel soms breekt plotseling iets door van Gods hemel op aarde. Geloven is ook niet alleen maar weten en kennis en leren, want oprecht doorleefd geloof kun je niet overdragen door middel van boekenwijsheid. Geloven is dus iets waarop je moet broeden. Het heeft tijd nodig om de Bijbelverhalen tot je te nemen, ze te overdenken, ze een plaats te geven in je leven.
 
In het nieuwe liedboek staat een lied over een broedende vogel, lied 701. Het is een Pinksterlied dat gaat over de komst van de heilige Geest, maar past ook goed bij het broeden, zoals ik het hier beschrijf.
                Zij zit als een vogel, broedend op het water,
                onder haar de chaos van de eerste dag;
                zij zucht en zij zingt, moeder van de schepping,
                wachtend op een woord totdat zij baren mag.
 
Laten wij ook eens wat vaker zitten (of lopen of liggen) broeden op wat God ons te vertellen heeft in deze Paastijd en de komende tijd, broeden op het Paasverhaal zelf en de andere verhalen van de Bijbel. Alleen door het broeden komt er uit een mooi wit ei een lief pluizig geel kuikentje, komt er nieuw leven. Alleen door op Gods woord te broeden kunnen wij een levend geloof krijgen.
Ik wens u allen een goed broedseizoen toe,  ds. D. Wijmenga
Op de dag dat ik dit artikel schrijf zitten we nog in de veertigdagentijd. De tijd van voorbereiden op het grootste feest van het christendom: Pasen. We begonnen op 14 februari met Aswoensdag, wat gelijk viel met Valentijn. En die twee dingen komen nergens zo goed samen als in het bekende Bijbelwoord: 'Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.' (Joh. 3:16)
 
In deze weken is de wereld om ons heen steeds meer in Paassfeer. In de kerk met het veertigdagentijdproject van de kindernevendienst. Daarbuiten vooral met Paasversieringen. Veel geel, groen en wit. Paashazen, voorjaarsbloemen en natuurlijk eieren en kuikentjes. Die kuikentjes komen uit de eieren; ze zullen wel zijn uitgebroed.
Voor niet-christenen is Pasen een lentefeest. De tijd van het jaar voor nieuw leven, want alles wordt weer groen en bloemen en bloesems bloeien. Lammetjes huppelen door de weide en vogels leggen hun eieren. Op woensdag 14 maart is het eerste kievitsei gevonden in Zuid-Holland.
Voor christenen is Pasen ook een lentefeest. Ook de tijd van het jaar voor nieuw leven. Maar dan wel ander nieuw leven. Namelijk eeuwig leven dat doorbreekt in ons alledaagse bestaan. Jezus Christus heeft op die allereerste Paasmorgen de dood overwonnen. Met Kerst kwam Hij in het leven van mensen. Nu met Pasen komt het leven door Hem tot de mensen.
 
Terug naar de paaseieren en het broeden.
Waar de paaseieren precies vandaan komen is onduidelijk. Lang is er gedacht dat het een gekerstende versie is van een oud-Germaans gebruik, maar dat is hoogstwaarschijnlijk onwaar. In de kerkgeschiedenis komen we de paaseieren wel tegen. Bij de invoering van het vasten verbood de kerk om eieren te eten tussen Aswoensdag en Pasen. Deze eieren werden dan pas met Pasen opgegeten, waarbij de oudste eieren gebruikt werden om te versieren.
 
 
Met dat woord 'broeden' moest ik aan de Paasweek denken. Zoals een kip verwachtingsvol drie weken op haar ei broedt tot het nieuwe leven, het kuikentje, eruit komt; zo broeden wij als het ware verwachtingsvol drie dagen op het lijdens- en opstandingsevangelie tot het leven definitief de dood overwint met Pasen. Dat broeden vergt een inspanning. Je kunt er niet bij weglopen, je niet laten afleiden door andere zaken. Broeden doe je met heel je hart en met heel je ziel en met heel je verstand en met heel je kracht, vol liefde. Zo zou door ons ook de Goede week geleefd worden: heel intens.
Wanneer we om ons heen de bekende Paastaferelen zien met eieren en kuikentjes, dan mogen wij denken aan het broeden dat van ons verwacht wordt: met hart en ziel nadenken over wat Jezus' lijden, sterven en opstanding voor ons betekent.
Geloven is maar heel af en toe een flits van goddelijk inzicht, een aha-erlebnis. Heel soms breekt plotseling iets door van Gods hemel op aarde. Geloven is ook niet alleen maar weten en kennis en leren, want oprecht doorleefd geloof kun je niet overdragen door middel van boekenwijsheid. Geloven is dus iets waarop je moet broeden. Het heeft tijd nodig om de Bijbelverhalen tot je te nemen, ze te overdenken, ze een plaats te geven in je leven.
 
In het nieuwe liedboek staat een lied over een broedende vogel, lied 701. Het is een Pinksterlied dat gaat over de komst van de heilige Geest, maar past ook goed bij het broeden, zoals ik het hier beschrijf.
                Zij zit als een vogel, broedend op het water,
                onder haar de chaos van de eerste dag;
                zij zucht en zij zingt, moeder van de schepping,
                wachtend op een woord totdat zij baren mag.
 
Laten wij ook eens wat vaker zitten (of lopen of liggen) broeden op wat God ons te vertellen heeft in deze Paastijd en de komende tijd, broeden op het Paasverhaal zelf en de andere verhalen van de Bijbel. Alleen door het broeden komt er uit een mooi wit ei een lief pluizig geel kuikentje, komt er nieuw leven. Alleen door op Gods woord te broeden kunnen wij een levend geloof krijgen.
Ik wens u allen een goed broedseizoen toe,  ds. D. Wijmenga
Op de dag dat ik dit artikel schrijf zitten we nog in de veertigdagentijd. De tijd van voorbereiden op het grootste feest van het christendom: Pasen. We begonnen op 14 februari met Aswoensdag, wat gelijk viel met Valentijn. En die twee dingen komen nergens zo goed samen als in het bekende Bijbelwoord: 'Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.' (Joh. 3:16)
 
In deze weken is de wereld om ons heen steeds meer in Paassfeer. In de kerk met het veertigdagentijdproject van de kindernevendienst. Daarbuiten vooral met Paasversieringen. Veel geel, groen en wit. Paashazen, voorjaarsbloemen en natuurlijk eieren en kuikentjes. Die kuikentjes komen uit de eieren; ze zullen wel zijn uitgebroed.
Voor niet-christenen is Pasen een lentefeest. De tijd van het jaar voor nieuw leven, want alles wordt weer groen en bloemen en bloesems bloeien. Lammetjes huppelen door de weide en vogels leggen hun eieren. Op woensdag 14 maart is het eerste kievitsei gevonden in Zuid-Holland.
Voor christenen is Pasen ook een lentefeest. Ook de tijd van het jaar voor nieuw leven. Maar dan wel ander nieuw leven. Namelijk eeuwig leven dat doorbreekt in ons alledaagse bestaan. Jezus Christus heeft op die allereerste Paasmorgen de dood overwonnen. Met Kerst kwam Hij in het leven van mensen. Nu met Pasen komt het leven door Hem tot de mensen.
 
Terug naar de paaseieren en het broeden.
Waar de paaseieren precies vandaan komen is onduidelijk. Lang is er gedacht dat het een gekerstende versie is van een oud-Germaans gebruik, maar dat is hoogstwaarschijnlijk onwaar. In de kerkgeschiedenis komen we de paaseieren wel tegen. Bij de invoering van het vasten verbood de kerk om eieren te eten tussen Aswoensdag en Pasen. Deze eieren werden dan pas met Pasen opgegeten, waarbij de oudste eieren gebruikt werden om te versieren.
 
 
Met dat woord 'broeden' moest ik aan de Paasweek denken. Zoals een kip verwachtingsvol drie weken op haar ei broedt tot het nieuwe leven, het kuikentje, eruit komt; zo broeden wij als het ware verwachtingsvol drie dagen op het lijdens- en opstandingsevangelie tot het leven definitief de dood overwint met Pasen. Dat broeden vergt een inspanning. Je kunt er niet bij weglopen, je niet laten afleiden door andere zaken. Broeden doe je met heel je hart en met heel je ziel en met heel je verstand en met heel je kracht, vol liefde. Zo zou door ons ook de Goede week geleefd worden: heel intens.
Wanneer we om ons heen de bekende Paastaferelen zien met eieren en kuikentjes, dan mogen wij denken aan het broeden dat van ons verwacht wordt: met hart en ziel nadenken over wat Jezus' lijden, sterven en opstanding voor ons betekent.
Geloven is maar heel af en toe een flits van goddelijk inzicht, een aha-erlebnis. Heel soms breekt plotseling iets door van Gods hemel op aarde. Geloven is ook niet alleen maar weten en kennis en leren, want oprecht doorleefd geloof kun je niet overdragen door middel van boekenwijsheid. Geloven is dus iets waarop je moet broeden. Het heeft tijd nodig om de Bijbelverhalen tot je te nemen, ze te overdenken, ze een plaats te geven in je leven.
 
In het nieuwe liedboek staat een lied over een broedende vogel, lied 701. Het is een Pinksterlied dat gaat over de komst van de heilige Geest, maar past ook goed bij het broeden, zoals ik het hier beschrijf.
                Zij zit als een vogel, broedend op het water,
                onder haar de chaos van de eerste dag;
                zij zucht en zij zingt, moeder van de schepping,
                wachtend op een woord totdat zij baren mag.
 
Laten wij ook eens wat vaker zitten (of lopen of liggen) broeden op wat God ons te vertellen heeft in deze Paastijd en de komende tijd, broeden op het Paasverhaal zelf en de andere verhalen van de Bijbel. Alleen door het broeden komt er uit een mooi wit ei een lief pluizig geel kuikentje, komt er nieuw leven. Alleen door op Gods woord te broeden kunnen wij een levend geloof krijgen.
Ik wens u allen een goed broedseizoen toe,  ds. D. Wijmenga
Op de dag dat ik dit artikel schrijf zitten we nog in de veertigdagentijd. De tijd van voorbereiden op het grootste feest van het christendom: Pasen. We begonnen op 14 februari met Aswoensdag, wat gelijk viel met Valentijn. En die twee dingen komen nergens zo goed samen als in het bekende Bijbelwoord: 'Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.' (Joh. 3:16)
 
In deze weken is de wereld om ons heen steeds meer in Paassfeer. In de kerk met het veertigdagentijdproject van de kindernevendienst. Daarbuiten vooral met Paasversieringen. Veel geel, groen en wit. Paashazen, voorjaarsbloemen en natuurlijk eieren en kuikentjes. Die kuikentjes komen uit de eieren; ze zullen wel zijn uitgebroed.
Voor niet-christenen is Pasen een lentefeest. De tijd van het jaar voor nieuw leven, want alles wordt weer groen en bloemen en bloesems bloeien. Lammetjes huppelen door de weide en vogels leggen hun eieren. Op woensdag 14 maart is het eerste kievitsei gevonden in Zuid-Holland.
Voor christenen is Pasen ook een lentefeest. Ook de tijd van het jaar voor nieuw leven. Maar dan wel ander nieuw leven. Namelijk eeuwig leven dat doorbreekt in ons alledaagse bestaan. Jezus Christus heeft op die allereerste Paasmorgen de dood overwonnen. Met Kerst kwam Hij in het leven van mensen. Nu met Pasen komt het leven door Hem tot de mensen.
 
Terug naar de paaseieren en het broeden.
Waar de paaseieren precies vandaan komen is onduidelijk. Lang is er gedacht dat het een gekerstende versie is van een oud-Germaans gebruik, maar dat is hoogstwaarschijnlijk onwaar. In de kerkgeschiedenis komen we de paaseieren wel tegen. Bij de invoering van het vasten verbood de kerk om eieren te eten tussen Aswoensdag en Pasen. Deze eieren werden dan pas met Pasen opgegeten, waarbij de oudste eieren gebruikt werden om te versieren.
 
 
Met dat woord 'broeden' moest ik aan de Paasweek denken. Zoals een kip verwachtingsvol drie weken op haar ei broedt tot het nieuwe leven, het kuikentje, eruit komt; zo broeden wij als het ware verwachtingsvol drie dagen op het lijdens- en opstandingsevangelie tot het leven definitief de dood overwint met Pasen. Dat broeden vergt een inspanning. Je kunt er niet bij weglopen, je niet laten afleiden door andere zaken. Broeden doe je met heel je hart en met heel je ziel en met heel je verstand en met heel je kracht, vol liefde. Zo zou door ons ook de Goede week geleefd worden: heel intens.
Wanneer we om ons heen de bekende Paastaferelen zien met eieren en kuikentjes, dan mogen wij denken aan het broeden dat van ons verwacht wordt: met hart en ziel nadenken over wat Jezus' lijden, sterven en opstanding voor ons betekent.
Geloven is maar heel af en toe een flits van goddelijk inzicht, een aha-erlebnis. Heel soms breekt plotseling iets door van Gods hemel op aarde. Geloven is ook niet alleen maar weten en kennis en leren, want oprecht doorleefd geloof kun je niet overdragen door middel van boekenwijsheid. Geloven is dus iets waarop je moet broeden. Het heeft tijd nodig om de Bijbelverhalen tot je te nemen, ze te overdenken, ze een plaats te geven in je leven.
 
In het nieuwe liedboek staat een lied over een broedende vogel, lied 701. Het is een Pinksterlied dat gaat over de komst van de heilige Geest, maar past ook goed bij het broeden, zoals ik het hier beschrijf.
                Zij zit als een vogel, broedend op het water,
                onder haar de chaos van de eerste dag;
                zij zucht en zij zingt, moeder van de schepping,
                wachtend op een woord totdat zij baren mag.
 
Laten wij ook eens wat vaker zitten (of lopen of liggen) broeden op wat God ons te vertellen heeft in deze Paastijd en de komende tijd, broeden op het Paasverhaal zelf en de andere verhalen van de Bijbel. Alleen door het broeden komt er uit een mooi wit ei een lief pluizig geel kuikentje, komt er nieuw leven. Alleen door op Gods woord te broeden kunnen wij een levend geloof krijgen.
Ik wens u allen een goed broedseizoen toe,  ds. D. Wijmenga
Op de dag dat ik dit artikel schrijf zitten we nog in de veertigdagentijd. De tijd van voorbereiden op het grootste feest van het christendom: Pasen. We begonnen op 14 februari met Aswoensdag, wat gelijk viel met Valentijn. En die twee dingen komen nergens zo goed samen als in het bekende Bijbelwoord: 'Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.' (Joh. 3:16)
 
In deze weken is de wereld om ons heen steeds meer in Paassfeer. In de kerk met het veertigdagentijdproject van de kindernevendienst. Daarbuiten vooral met Paasversieringen. Veel geel, groen en wit. Paashazen, voorjaarsbloemen en natuurlijk eieren en kuikentjes. Die kuikentjes komen uit de eieren; ze zullen wel zijn uitgebroed.
Voor niet-christenen is Pasen een lentefeest. De tijd van het jaar voor nieuw leven, want alles wordt weer groen en bloemen en bloesems bloeien. Lammetjes huppelen door de weide en vogels leggen hun eieren. Op woensdag 14 maart is het eerste kievitsei gevonden in Zuid-Holland.
Voor christenen is Pasen ook een lentefeest. Ook de tijd van het jaar voor nieuw leven. Maar dan wel ander nieuw leven. Namelijk eeuwig leven dat doorbreekt in ons alledaagse bestaan. Jezus Christus heeft op die allereerste Paasmorgen de dood overwonnen. Met Kerst kwam Hij in het leven van mensen. Nu met Pasen komt het leven door Hem tot de mensen.
 
Terug naar de paaseieren en het broeden.
Waar de paaseieren precies vandaan komen is onduidelijk. Lang is er gedacht dat het een gekerstende versie is van een oud-Germaans gebruik, maar dat is hoogstwaarschijnlijk onwaar. In de kerkgeschiedenis komen we de paaseieren wel tegen. Bij de invoering van het vasten verbood de kerk om eieren te eten tussen Aswoensdag en Pasen. Deze eieren werden dan pas met Pasen opgegeten, waarbij de oudste eieren gebruikt werden om te versieren.
 
 
Met dat woord 'broeden' moest ik aan de Paasweek denken. Zoals een kip verwachtingsvol drie weken op haar ei broedt tot het nieuwe leven, het kuikentje, eruit komt; zo broeden wij als het ware verwachtingsvol drie dagen op het lijdens- en opstandingsevangelie tot het leven definitief de dood overwint met Pasen. Dat broeden vergt een inspanning. Je kunt er niet bij weglopen, je niet laten afleiden door andere zaken. Broeden doe je met heel je hart en met heel je ziel en met heel je verstand en met heel je kracht, vol liefde. Zo zou door ons ook de Goede week geleefd worden: heel intens.
Wanneer we om ons heen de bekende Paastaferelen zien met eieren en kuikentjes, dan mogen wij denken aan het broeden dat van ons verwacht wordt: met hart en ziel nadenken over wat Jezus' lijden, sterven en opstanding voor ons betekent.
Geloven is maar heel af en toe een flits van goddelijk inzicht, een aha-erlebnis. Heel soms breekt plotseling iets door van Gods hemel op aarde. Geloven is ook niet alleen maar weten en kennis en leren, want oprecht doorleefd geloof kun je niet overdragen door middel van boekenwijsheid. Geloven is dus iets waarop je moet broeden. Het heeft tijd nodig om de Bijbelverhalen tot je te nemen, ze te overdenken, ze een plaats te geven in je leven.
 
In het nieuwe liedboek staat een lied over een broedende vogel, lied 701. Het is een Pinksterlied dat gaat over de komst van de heilige Geest, maar past ook goed bij het broeden, zoals ik het hier beschrijf.
                Zij zit als een vogel, broedend op het water,
                onder haar de chaos van de eerste dag;
                zij zucht en zij zingt, moeder van de schepping,
                wachtend op een woord totdat zij baren mag.
 
Laten wij ook eens wat vaker zitten (of lopen of liggen) broeden op wat God ons te vertellen heeft in deze Paastijd en de komende tijd, broeden op het Paasverhaal zelf en de andere verhalen van de Bijbel. Alleen door het broeden komt er uit een mooi wit ei een lief pluizig geel kuikentje, komt er nieuw leven. Alleen door op Gods woord te broeden kunnen wij een levend geloof krijgen.
Ik wens u allen een goed broedseizoen toe,  ds. D. Wijmenga
Op de dag dat ik dit artikel schrijf zitten we nog in de veertigdagentijd. De tijd van voorbereiden op het grootste feest van het christendom: Pasen. We begonnen op 14 februari met Aswoensdag, wat gelijk viel met Valentijn. En die twee dingen komen nergens zo goed samen als in het bekende Bijbelwoord: 'Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.' (Joh. 3:16)
 
In deze weken is de wereld om ons heen steeds meer in Paassfeer. In de kerk met het veertigdagentijdproject van de kindernevendienst. Daarbuiten vooral met Paasversieringen. Veel geel, groen en wit. Paashazen, voorjaarsbloemen en natuurlijk eieren en kuikentjes. Die kuikentjes komen uit de eieren; ze zullen wel zijn uitgebroed.
Voor niet-christenen is Pasen een lentefeest. De tijd van het jaar voor nieuw leven, want alles wordt weer groen en bloemen en bloesems bloeien. Lammetjes huppelen door de weide en vogels leggen hun eieren. Op woensdag 14 maart is het eerste kievitsei gevonden in Zuid-Holland.
Voor christenen is Pasen ook een lentefeest. Ook de tijd van het jaar voor nieuw leven. Maar dan wel ander nieuw leven. Namelijk eeuwig leven dat doorbreekt in ons alledaagse bestaan. Jezus Christus heeft op die allereerste Paasmorgen de dood overwonnen. Met Kerst kwam Hij in het leven van mensen. Nu met Pasen komt het leven door Hem tot de mensen.
 
Terug naar de paaseieren en het broeden.
Waar de paaseieren precies vandaan komen is onduidelijk. Lang is er gedacht dat het een gekerstende versie is van een oud-Germaans gebruik, maar dat is hoogstwaarschijnlijk onwaar. In de kerkgeschiedenis komen we de paaseieren wel tegen. Bij de invoering van het vasten verbood de kerk om eieren te eten tussen Aswoensdag en Pasen. Deze eieren werden dan pas met Pasen opgegeten, waarbij de oudste eieren gebruikt werden om te versieren.
 
 
Met dat woord 'broeden' moest ik aan de Paasweek denken. Zoals een kip verwachtingsvol drie weken op haar ei broedt tot het nieuwe leven, het kuikentje, eruit komt; zo broeden wij als het ware verwachtingsvol drie dagen op het lijdens- en opstandingsevangelie tot het leven definitief de dood overwint met Pasen. Dat broeden vergt een inspanning. Je kunt er niet bij weglopen, je niet laten afleiden door andere zaken. Broeden doe je met heel je hart en met heel je ziel en met heel je verstand en met heel je kracht, vol liefde. Zo zou door ons ook de Goede week geleefd worden: heel intens.
Wanneer we om ons heen de bekende Paastaferelen zien met eieren en kuikentjes, dan mogen wij denken aan het broeden dat van ons verwacht wordt: met hart en ziel nadenken over wat Jezus' lijden, sterven en opstanding voor ons betekent.
Geloven is maar heel af en toe een flits van goddelijk inzicht, een aha-erlebnis. Heel soms breekt plotseling iets door van Gods hemel op aarde. Geloven is ook niet alleen maar weten en kennis en leren, want oprecht doorleefd geloof kun je niet overdragen door middel van boekenwijsheid. Geloven is dus iets waarop je moet broeden. Het heeft tijd nodig om de Bijbelverhalen tot je te nemen, ze te overdenken, ze een plaats te geven in je leven.
 
In het nieuwe liedboek staat een lied over een broedende vogel, lied 701. Het is een Pinksterlied dat gaat over de komst van de heilige Geest, maar past ook goed bij het broeden, zoals ik het hier beschrijf.
                Zij zit als een vogel, broedend op het water,
                onder haar de chaos van de eerste dag;
                zij zucht en zij zingt, moeder van de schepping,
                wachtend op een woord totdat zij baren mag.
 
Laten wij ook eens wat vaker zitten (of lopen of liggen) broeden op wat God ons te vertellen heeft in deze Paastijd en de komende tijd, broeden op het Paasverhaal zelf en de andere verhalen van de Bijbel. Alleen door het broeden komt er uit een mooi wit ei een lief pluizig geel kuikentje, komt er nieuw leven. Alleen door op Gods woord te broeden kunnen wij een levend geloof krijgen.
Ik wens u allen een goed broedseizoen toe,  ds. D. Wijmenga
Op de dag dat ik dit artikel schrijf zitten we nog in de veertigdagentijd. De tijd van voorbereiden op het grootste feest van het christendom: Pasen. We begonnen op 14 februari met Aswoensdag, wat gelijk viel met Valentijn. En die twee dingen komen nergens zo goed samen als in het bekende Bijbelwoord: 'Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.' (Joh. 3:16)
 
In deze weken is de wereld om ons heen steeds meer in Paassfeer. In de kerk met het veertigdagentijdproject van de kindernevendienst. Daarbuiten vooral met Paasversieringen. Veel geel, groen en wit. Paashazen, voorjaarsbloemen en natuurlijk eieren en kuikentjes. Die kuikentjes komen uit de eieren; ze zullen wel zijn uitgebroed.
Voor niet-christenen is Pasen een lentefeest. De tijd van het jaar voor nieuw leven, want alles wordt weer groen en bloemen en bloesems bloeien. Lammetjes huppelen door de weide en vogels leggen hun eieren. Op woensdag 14 maart is het eerste kievitsei gevonden in Zuid-Holland.
Voor christenen is Pasen ook een lentefeest. Ook de tijd van het jaar voor nieuw leven. Maar dan wel ander nieuw leven. Namelijk eeuwig leven dat doorbreekt in ons alledaagse bestaan. Jezus Christus heeft op die allereerste Paasmorgen de dood overwonnen. Met Kerst kwam Hij in het leven van mensen. Nu met Pasen komt het leven door Hem tot de mensen.
 
Terug naar de paaseieren en het broeden.
Waar de paaseieren precies vandaan komen is onduidelijk. Lang is er gedacht dat het een gekerstende versie is van een oud-Germaans gebruik, maar dat is hoogstwaarschijnlijk onwaar. In de kerkgeschiedenis komen we de paaseieren wel tegen. Bij de invoering van het vasten verbood de kerk om eieren te eten tussen Aswoensdag en Pasen. Deze eieren werden dan pas met Pasen opgegeten, waarbij de oudste eieren gebruikt werden om te versieren.
 
 
Met dat woord 'broeden' moest ik aan de Paasweek denken. Zoals een kip verwachtingsvol drie weken op haar ei broedt tot het nieuwe leven, het kuikentje, eruit komt; zo broeden wij als het ware verwachtingsvol drie dagen op het lijdens- en opstandingsevangelie tot het leven definitief de dood overwint met Pasen. Dat broeden vergt een inspanning. Je kunt er niet bij weglopen, je niet laten afleiden door andere zaken. Broeden doe je met heel je hart en met heel je ziel en met heel je verstand en met heel je kracht, vol liefde. Zo zou door ons ook de Goede week geleefd worden: heel intens.
Wanneer we om ons heen de bekende Paastaferelen zien met eieren en kuikentjes, dan mogen wij denken aan het broeden dat van ons verwacht wordt: met hart en ziel nadenken over wat Jezus' lijden, sterven en opstanding voor ons betekent.
Geloven is maar heel af en toe een flits van goddelijk inzicht, een aha-erlebnis. Heel soms breekt plotseling iets door van Gods hemel op aarde. Geloven is ook niet alleen maar weten en kennis en leren, want oprecht doorleefd geloof kun je niet overdragen door middel van boekenwijsheid. Geloven is dus iets waarop je moet broeden. Het heeft tijd nodig om de Bijbelverhalen tot je te nemen, ze te overdenken, ze een plaats te geven in je leven.
 
In het nieuwe liedboek staat een lied over een broedende vogel, lied 701. Het is een Pinksterlied dat gaat over de komst van de heilige Geest, maar past ook goed bij het broeden, zoals ik het hier beschrijf.
                Zij zit als een vogel, broedend op het water,
                onder haar de chaos van de eerste dag;
                zij zucht en zij zingt, moeder van de schepping,
                wachtend op een woord totdat zij baren mag.
 
Laten wij ook eens wat vaker zitten (of lopen of liggen) broeden op wat God ons te vertellen heeft in deze Paastijd en de komende tijd, broeden op het Paasverhaal zelf en de andere verhalen van de Bijbel. Alleen door het broeden komt er uit een mooi wit ei een lief pluizig geel kuikentje, komt er nieuw leven. Alleen door op Gods woord te broeden kunnen wij een levend geloof krijgen.
Ik wens u allen een goed broedseizoen toe,  ds. D. Wijmenga
Op de dag dat ik dit artikel schrijf zitten we nog in de veertigdagentijd. De tijd van voorbereiden op het grootste feest van het christendom: Pasen. We begonnen op 14 februari met Aswoensdag, wat gelijk viel met Valentijn. En die twee dingen komen nergens zo goed samen als in het bekende Bijbelwoord: 'Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.' (Joh. 3:16)
 
In deze weken is de wereld om ons heen steeds meer in Paassfeer. In de kerk met het veertigdagentijdproject van de kindernevendienst. Daarbuiten vooral met Paasversieringen. Veel geel, groen en wit. Paashazen, voorjaarsbloemen en natuurlijk eieren en kuikentjes. Die kuikentjes komen uit de eieren; ze zullen wel zijn uitgebroed.
Voor niet-christenen is Pasen een lentefeest. De tijd van het jaar voor nieuw leven, want alles wordt weer groen en bloemen en bloesems bloeien. Lammetjes huppelen door de weide en vogels leggen hun eieren. Op woensdag 14 maart is het eerste kievitsei gevonden in Zuid-Holland.
Voor christenen is Pasen ook een lentefeest. Ook de tijd van het jaar voor nieuw leven. Maar dan wel ander nieuw leven. Namelijk eeuwig leven dat doorbreekt in ons alledaagse bestaan. Jezus Christus heeft op die allereerste Paasmorgen de dood overwonnen. Met Kerst kwam Hij in het leven van mensen. Nu met Pasen komt het leven door Hem tot de mensen.
 
Terug naar de paaseieren en het broeden.
Waar de paaseieren precies vandaan komen is onduidelijk. Lang is er gedacht dat het een gekerstende versie is van een oud-Germaans gebruik, maar dat is hoogstwaarschijnlijk onwaar. In de kerkgeschiedenis komen we de paaseieren wel tegen. Bij de invoering van het vasten verbood de kerk om eieren te eten tussen Aswoensdag en Pasen. Deze eieren werden dan pas met Pasen opgegeten, waarbij de oudste eieren gebruikt werden om te versieren.
 
 
Met dat woord 'broeden' moest ik aan de Paasweek denken. Zoals een kip verwachtingsvol drie weken op haar ei broedt tot het nieuwe leven, het kuikentje, eruit komt; zo broeden wij als het ware verwachtingsvol drie dagen op het lijdens- en opstandingsevangelie tot het leven definitief de dood overwint met Pasen. Dat broeden vergt een inspanning. Je kunt er niet bij weglopen, je niet laten afleiden door andere zaken. Broeden doe je met heel je hart en met heel je ziel en met heel je verstand en met heel je kracht, vol liefde. Zo zou door ons ook de Goede week geleefd worden: heel intens.
Wanneer we om ons heen de bekende Paastaferelen zien met eieren en kuikentjes, dan mogen wij denken aan het broeden dat van ons verwacht wordt: met hart en ziel nadenken over wat Jezus' lijden, sterven en opstanding voor ons betekent.
Geloven is maar heel af en toe een flits van goddelijk inzicht, een aha-erlebnis. Heel soms breekt plotseling iets door van Gods hemel op aarde. Geloven is ook niet alleen maar weten en kennis en leren, want oprecht doorleefd geloof kun je niet overdragen door middel van boekenwijsheid. Geloven is dus iets waarop je moet broeden. Het heeft tijd nodig om de Bijbelverhalen tot je te nemen, ze te overdenken, ze een plaats te geven in je leven.
 
In het nieuwe liedboek staat een lied over een broedende vogel, lied 701. Het is een Pinksterlied dat gaat over de komst van de heilige Geest, maar past ook goed bij het broeden, zoals ik het hier beschrijf.
                Zij zit als een vogel, broedend op het water,
                onder haar de chaos van de eerste dag;
                zij zucht en zij zingt, moeder van de schepping,
                wachtend op een woord totdat zij baren mag.
 
Laten wij ook eens wat vaker zitten (of lopen of liggen) broeden op wat God ons te vertellen heeft in deze Paastijd en de komende tijd, broeden op het Paasverhaal zelf en de andere verhalen van de Bijbel. Alleen door het broeden komt er uit een mooi wit ei een lief pluizig geel kuikentje, komt er nieuw leven. Alleen door op Gods woord te broeden kunnen wij een levend geloof krijgen.
Ik wens u allen een goed broedseizoen toe,  ds. D. Wijmenga
Op de dag dat ik dit artikel schrijf zitten we nog in de veertigdagentijd. De tijd van voorbereiden op het grootste feest van het christendom: Pasen. We begonnen op 14 februari met Aswoensdag, wat gelijk viel met Valentijn. En die twee dingen komen nergens zo goed samen als in het bekende Bijbelwoord: 'Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.' (Joh. 3:16)
 
In deze weken is de wereld om ons heen steeds meer in Paassfeer. In de kerk met het veertigdagentijdproject van de kindernevendienst. Daarbuiten vooral met Paasversieringen. Veel geel, groen en wit. Paashazen, voorjaarsbloemen en natuurlijk eieren en kuikentjes. Die kuikentjes komen uit de eieren; ze zullen wel zijn uitgebroed.
Voor niet-christenen is Pasen een lentefeest. De tijd van het jaar voor nieuw leven, want alles wordt weer groen en bloemen en bloesems bloeien. Lammetjes huppelen door de weide en vogels leggen hun eieren. Op woensdag 14 maart is het eerste kievitsei gevonden in Zuid-Holland.
Voor christenen is Pasen ook een lentefeest. Ook de tijd van het jaar voor nieuw leven. Maar dan wel ander nieuw leven. Namelijk eeuwig leven dat doorbreekt in ons alledaagse bestaan. Jezus Christus heeft op die allereerste Paasmorgen de dood overwonnen. Met Kerst kwam Hij in het leven van mensen. Nu met Pasen komt het leven door Hem tot de mensen.
 
Terug naar de paaseieren en het broeden.
Waar de paaseieren precies vandaan komen is onduidelijk. Lang is er gedacht dat het een gekerstende versie is van een oud-Germaans gebruik, maar dat is hoogstwaarschijnlijk onwaar. In de kerkgeschiedenis komen we de paaseieren wel tegen. Bij de invoering van het vasten verbood de kerk om eieren te eten tussen Aswoensdag en Pasen. Deze eieren werden dan pas met Pasen opgegeten, waarbij de oudste eieren gebruikt werden om te versieren.
 
 
Met dat woord 'broeden' moest ik aan de Paasweek denken. Zoals een kip verwachtingsvol drie weken op haar ei broedt tot het nieuwe leven, het kuikentje, eruit komt; zo broeden wij als het ware verwachtingsvol drie dagen op het lijdens- en opstandingsevangelie tot het leven definitief de dood overwint met Pasen. Dat broeden vergt een inspanning. Je kunt er niet bij weglopen, je niet laten afleiden door andere zaken. Broeden doe je met heel je hart en met heel je ziel en met heel je verstand en met heel je kracht, vol liefde. Zo zou door ons ook de Goede week geleefd worden: heel intens.
Wanneer we om ons heen de bekende Paastaferelen zien met eieren en kuikentjes, dan mogen wij denken aan het broeden dat van ons verwacht wordt: met hart en ziel nadenken over wat Jezus' lijden, sterven en opstanding voor ons betekent.
Geloven is maar heel af en toe een flits van goddelijk inzicht, een aha-erlebnis. Heel soms breekt plotseling iets door van Gods hemel op aarde. Geloven is ook niet alleen maar weten en kennis en leren, want oprecht doorleefd geloof kun je niet overdragen door middel van boekenwijsheid. Geloven is dus iets waarop je moet broeden. Het heeft tijd nodig om de Bijbelverhalen tot je te nemen, ze te overdenken, ze een plaats te geven in je leven.
 
In het nieuwe liedboek staat een lied over een broedende vogel, lied 701. Het is een Pinksterlied dat gaat over de komst van de heilige Geest, maar past ook goed bij het broeden, zoals ik het hier beschrijf.
                Zij zit als een vogel, broedend op het water,
                onder haar de chaos van de eerste dag;
                zij zucht en zij zingt, moeder van de schepping,
                wachtend op een woord totdat zij baren mag.
 
Laten wij ook eens wat vaker zitten (of lopen of liggen) broeden op wat God ons te vertellen heeft in deze Paastijd en de komende tijd, broeden op het Paasverhaal zelf en de andere verhalen van de Bijbel. Alleen door het broeden komt er uit een mooi wit ei een lief pluizig geel kuikentje, komt er nieuw leven. Alleen door op Gods woord te broeden kunnen wij een levend geloof krijgen.
Ik wens u allen een goed broedseizoen toe,  ds. D. Wijmenga
Op de dag dat ik dit artikel schrijf zitten we nog in de veertigdagentijd. De tijd van voorbereiden op het grootste feest van het christendom: Pasen. We begonnen op 14 februari met Aswoensdag, wat gelijk viel met Valentijn. En die twee dingen komen nergens zo goed samen als in het bekende Bijbelwoord: 'Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.' (Joh. 3:16)
 
In deze weken is de wereld om ons heen steeds meer in Paassfeer. In de kerk met het veertigdagentijdproject van de kindernevendienst. Daarbuiten vooral met Paasversieringen. Veel geel, groen en wit. Paashazen, voorjaarsbloemen en natuurlijk eieren en kuikentjes. Die kuikentjes komen uit de eieren; ze zullen wel zijn uitgebroed.
Voor niet-christenen is Pasen een lentefeest. De tijd van het jaar voor nieuw leven, want alles wordt weer groen en bloemen en bloesems bloeien. Lammetjes huppelen door de weide en vogels leggen hun eieren. Op woensdag 14 maart is het eerste kievitsei gevonden in Zuid-Holland.
Voor christenen is Pasen ook een lentefeest. Ook de tijd van het jaar voor nieuw leven. Maar dan wel ander nieuw leven. Namelijk eeuwig leven dat doorbreekt in ons alledaagse bestaan. Jezus Christus heeft op die allereerste Paasmorgen de dood overwonnen. Met Kerst kwam Hij in het leven van mensen. Nu met Pasen komt het leven door Hem tot de mensen.
 
Terug naar de paaseieren en het broeden.
Waar de paaseieren precies vandaan komen is onduidelijk. Lang is er gedacht dat het een gekerstende versie is van een oud-Germaans gebruik, maar dat is hoogstwaarschijnlijk onwaar. In de kerkgeschiedenis komen we de paaseieren wel tegen. Bij de invoering van het vasten verbood de kerk om eieren te eten tussen Aswoensdag en Pasen. Deze eieren werden dan pas met Pasen opgegeten, waarbij de oudste eieren gebruikt werden om te versieren.
 
 
Met dat woord 'broeden' moest ik aan de Paasweek denken. Zoals een kip verwachtingsvol drie weken op haar ei broedt tot het nieuwe leven, het kuikentje, eruit komt; zo broeden wij als het ware verwachtingsvol drie dagen op het lijdens- en opstandingsevangelie tot het leven definitief de dood overwint met Pasen. Dat broeden vergt een inspanning. Je kunt er niet bij weglopen, je niet laten afleiden door andere zaken. Broeden doe je met heel je hart en met heel je ziel en met heel je verstand en met heel je kracht, vol liefde. Zo zou door ons ook de Goede week geleefd worden: heel intens.
Wanneer we om ons heen de bekende Paastaferelen zien met eieren en kuikentjes, dan mogen wij denken aan het broeden dat van ons verwacht wordt: met hart en ziel nadenken over wat Jezus' lijden, sterven en opstanding voor ons betekent.
Geloven is maar heel af en toe een flits van goddelijk inzicht, een aha-erlebnis. Heel soms breekt plotseling iets door van Gods hemel op aarde. Geloven is ook niet alleen maar weten en kennis en leren, want oprecht doorleefd geloof kun je niet overdragen door middel van boekenwijsheid. Geloven is dus iets waarop je moet broeden. Het heeft tijd nodig om de Bijbelverhalen tot je te nemen, ze te overdenken, ze een plaats te geven in je leven.
 
In het nieuwe liedboek staat een lied over een broedende vogel, lied 701. Het is een Pinksterlied dat gaat over de komst van de heilige Geest, maar past ook goed bij het broeden, zoals ik het hier beschrijf.
                Zij zit als een vogel, broedend op het water,
                onder haar de chaos van de eerste dag;
                zij zucht en zij zingt, moeder van de schepping,
                wachtend op een woord totdat zij baren mag.
 
Laten wij ook eens wat vaker zitten (of lopen of liggen) broeden op wat God ons te vertellen heeft in deze Paastijd en de komende tijd, broeden op het Paasverhaal zelf en de andere verhalen van de Bijbel. Alleen door het broeden komt er uit een mooi wit ei een lief pluizig geel kuikentje, komt er nieuw leven. Alleen door op Gods woord te broeden kunnen wij een levend geloof krijgen.
Ik wens u allen een goed broedseizoen toe,  ds. D. Wijmenga
Op de dag dat ik dit artikel schrijf zitten we nog in de veertigdagentijd. De tijd van voorbereiden op het grootste feest van het christendom: Pasen. We begonnen op 14 februari met Aswoensdag, wat gelijk viel met Valentijn. En die twee dingen komen nergens zo goed samen als in het bekende Bijbelwoord: 'Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.' (Joh. 3:16)
 
In deze weken is de wereld om ons heen steeds meer in Paassfeer. In de kerk met het veertigdagentijdproject van de kindernevendienst. Daarbuiten vooral met Paasversieringen. Veel geel, groen en wit. Paashazen, voorjaarsbloemen en natuurlijk eieren en kuikentjes. Die kuikentjes komen uit de eieren; ze zullen wel zijn uitgebroed.
Voor niet-christenen is Pasen een lentefeest. De tijd van het jaar voor nieuw leven, want alles wordt weer groen en bloemen en bloesems bloeien. Lammetjes huppelen door de weide en vogels leggen hun eieren. Op woensdag 14 maart is het eerste kievitsei gevonden in Zuid-Holland.
Voor christenen is Pasen ook een lentefeest. Ook de tijd van het jaar voor nieuw leven. Maar dan wel ander nieuw leven. Namelijk eeuwig leven dat doorbreekt in ons alledaagse bestaan. Jezus Christus heeft op die allereerste Paasmorgen de dood overwonnen. Met Kerst kwam Hij in het leven van mensen. Nu met Pasen komt het leven door Hem tot de mensen.
 
Terug naar de paaseieren en het broeden.
Waar de paaseieren precies vandaan komen is onduidelijk. Lang is er gedacht dat het een gekerstende versie is van een oud-Germaans gebruik, maar dat is hoogstwaarschijnlijk onwaar. In de kerkgeschiedenis komen we de paaseieren wel tegen. Bij de invoering van het vasten verbood de kerk om eieren te eten tussen Aswoensdag en Pasen. Deze eieren werden dan pas met Pasen opgegeten, waarbij de oudste eieren gebruikt werden om te versieren.
 
 
Met dat woord 'broeden' moest ik aan de Paasweek denken. Zoals een kip verwachtingsvol drie weken op haar ei broedt tot het nieuwe leven, het kuikentje, eruit komt; zo broeden wij als het ware verwachtingsvol drie dagen op het lijdens- en opstandingsevangelie tot het leven definitief de dood overwint met Pasen. Dat broeden vergt een inspanning. Je kunt er niet bij weglopen, je niet laten afleiden door andere zaken. Broeden doe je met heel je hart en met heel je ziel en met heel je verstand en met heel je kracht, vol liefde. Zo zou door ons ook de Goede week geleefd worden: heel intens.
Wanneer we om ons heen de bekende Paastaferelen zien met eieren en kuikentjes, dan mogen wij denken aan het broeden dat van ons verwacht wordt: met hart en ziel nadenken over wat Jezus' lijden, sterven en opstanding voor ons betekent.
Geloven is maar heel af en toe een flits van goddelijk inzicht, een aha-erlebnis. Heel soms breekt plotseling iets door van Gods hemel op aarde. Geloven is ook niet alleen maar weten en kennis en leren, want oprecht doorleefd geloof kun je niet overdragen door middel van boekenwijsheid. Geloven is dus iets waarop je moet broeden. Het heeft tijd nodig om de Bijbelverhalen tot je te nemen, ze te overdenken, ze een plaats te geven in je leven.
 
In het nieuwe liedboek staat een lied over een broedende vogel, lied 701. Het is een Pinksterlied dat gaat over de komst van de heilige Geest, maar past ook goed bij het broeden, zoals ik het hier beschrijf.
                Zij zit als een vogel, broedend op het water,
                onder haar de chaos van de eerste dag;
                zij zucht en zij zingt, moeder van de schepping,
                wachtend op een woord totdat zij baren mag.
 
Laten wij ook eens wat vaker zitten (of lopen of liggen) broeden op wat God ons te vertellen heeft in deze Paastijd en de komende tijd, broeden op het Paasverhaal zelf en de andere verhalen van de Bijbel. Alleen door het broeden komt er uit een mooi wit ei een lief pluizig geel kuikentje, komt er nieuw leven. Alleen door op Gods woord te broeden kunnen wij een levend geloof krijgen.
Ik wens u allen een goed broedseizoen toe,  ds. D. Wijmenga
 
terug
 
 
 
 
Kerkdienst

26 juni
tentdienst in Easterein
10 uur
Voorganger: 
ds. D. Wijmenga

M.m.v. Corps Wilhelmina en gitaar

Deze dienst wordt niet opgenomen en is dus niet te volgen via de livestream








De diensten zijn ook te volgen via:
Kerkdienstgemist
 
 
Activiteiten "it Bynt"


Klik hier.
 
Een bakje koffie doen


Elke dinsdagmorgen staat van 10.00 tot 11.30 uur de koffie voor u klaar in It Bynt of in de toren van de Jacobikerk! Welkom!
 
Oproep voor de jeugd

 
Rock Solid

 
Update vanuit het jeugdwerk

Klik hier.
 
Privacyverklaring

        (klik op de afbeelding)
 
Historie Gereformeerde Kerken
Historisch overzicht over de voormalige Gereformeerde Kerk te Wommels.
(klik op de afbeelding)
 
Activiteitencommissie "it Bynt" nu ook op facebook!
Like en volg de facebooksite van de activiteitencommissie van "it Bynt". 
(klik op de afbeelding)
 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.